maart 15, 2024

De juiste studiekeuze hangt niet af van het rapport, maar van het begrijpen van de unieke ’talent-architectuur’ van je kind.

  • Eigenschappen als ADHD of hoogbegaafdheid zijn geen stoornissen, maar onderdeel van een uniek talentprofiel dat nieuwe deuren opent.
  • Technische en beroepsopleidingen (TSO/BSO) bieden in de huidige Belgische arbeidsmarkt vaak meer jobzekerheid dan een algemeen universitair diploma.

Aanbeveling: Stop met focussen op punten en start met het observeren van waar je kind écht energie van krijgt, zelfs als dat buiten de schoolmuren is.

De overstap naar het middelbaar onderwijs. Voor veel ouders van 12-jarigen in België is het een bron van stress. De vraag “ASO, TSO, KSO of BSO?” domineert de gesprekken. We staren ons blind op het schoolrapport, interpreteren de punten als een onfeilbare indicator voor de toekomst en vrezen het beruchte ‘watervalsysteem’ als een kind van ASO zou moeten ‘afzakken’. We hopen op een STEM-richting omdat die toekomstzeker lijkt, of dromen van een artistieke carrière die we zelf nooit hadden.

Maar wat als deze hele aanpak verkeerd is? Wat als punten niet het talent van je kind meten, maar slechts een momentopname zijn van hoe goed het in het huidige schoolsysteem past? De ware sleutel tot een succesvolle en gelukkige schoolcarrière ligt niet in het najagen van hoge scores, maar in het decoderen van het unieke ‘besturingssysteem’ van je kind. Dit omvat hun natuurlijke aanleg, hun diepste interesses, en zelfs de eigenschappen die we vaak als ‘lastig’ bestempelen, zoals concentratieproblemen of een ongewone denksnelheid.

Dit artikel is geen pleidooi om schoolresultaten te negeren. Het is een gids om er voorbij te kijken. We duiken in de psychologie achter talentontwikkeling, ontkrachten mythes over jobzekerheid en geven je concrete handvatten om een partner te worden in de ontdekkingsreis van je kind. We leren je hoe je van een onvoldoende een waardevol datamoment maakt en hoe je je eigen ambities opzijzet. Het doel: een studiekeuze die niet gebaseerd is op angst voor falen, maar op een authentiek en duurzaam fundament van zelfkennis en zelfvertrouwen.

In de volgende secties bieden we een gestructureerde aanpak om de unieke talenten van je kind in kaart te brengen en zo de best passende studiekeuze te maken.

Hoe ADHD of hoogbegaafdheid inzetten als een talent in plaats van een stoornis?

De termen ADHD en hoogbegaafdheid worden vaak in een context van problemen geplaatst: concentratiestoornissen, onaangepast gedrag, onderpresteren. Als talentcoach zie ik dit anders. Dit zijn geen bugs in het systeem van je kind, maar unieke kenmerken van hun ‘besturingssysteem’. De uitdaging is niet om ze te ‘repareren’, maar om de juiste ‘software’ en omgeving te vinden waarin ze excelleren. Vaak overlappen deze kenmerken: de combinatie van hoogbegaafdheid met ADHD, ook wel ’twice-exceptional’ of dubbel bijzonder genoemd, komt vaker voor dan men denkt.

Een kind met ADHD kan bijvoorbeeld een uitzonderlijk vermogen hebben tot hyperfocus op onderwerpen die het passioneert, een eigenschap die goud waard is in creatieve of technische beroepen. Een hoogbegaafd kind dat zich verveelt in de klas, toont misschien geen ‘gebrek aan discipline’, maar een ‘honger naar complexiteit’. De sleutel is om deze eigenschappen te herkaderen. In plaats van te focussen op wat er misgaat in een standaard klaslokaal, vragen we ons af: in welk type omgeving zouden deze eigenschappen een voordeel zijn? Misschien is een projectgebaseerde STEM-richting of een diepe duik in een KSO-opleiding een veel betere match dan een puur theoretische ASO-richting.

Het concept ‘neurodiversiteit’ helpt hierbij. Het stelt dat breinen nu eenmaal verschillend werken. Zoals psychiater Jim van Os het verwoordt, helpt dit jongeren om hun identiteit niet te koppelen aan een label.

Je merkt bij jonge mensen dat ze het een fijn begrip vinden. Zij gaan af van verwoordingen als ‘ik ben autist’, of ‘ik ben ADHD’ alsof het een identiteit is. Door te zeggen dat je neurodivers bent zeg je dat je bepaalde talenten en gevoeligheden hebt waar je mee moet leren leven.

– Jim van Os, Psychiater over neurodiversiteit

Internationaal onderzoek naar deze dubbele bijzonderheid toont aan dat het herkennen van zowel de sterktes als de uitdagingen essentieel is voor een goede begeleiding. Door het label ‘stoornis’ los te laten en te denken in termen van een unieke talent-architectuur, open je een wereld van mogelijkheden die ver voorbij de schoolcijfers reikt.

Muziek of sport: hoe vind je de hobby die het zelfvertrouwen van je kind boost?

Terwijl de school focust op academische prestaties, zijn hobby’s de laboratoria waar kinderen hun ware talenten en passies ontdekken. Een hobby is veel meer dan een tijdverdrijf; het is een cruciale bron van zelfvertrouwen en zelfkennis. Een kind dat worstelt met wiskunde kan op het voetbalveld uitgroeien tot een strategisch leider, of via een muziekinstrument een ongekende discipline en doorzettingsvermogen ontwikkelen. Deze vaardigheden zijn direct overdraagbaar naar hun schoolcarrière en latere leven, maar worden zelden op een schoolrapport gemeten.

De vraag is niet of je kind een hobby moet hebben, maar hoe je de *juiste* hobby vindt. Het antwoord ligt in observatie. Waar krijgt je kind energie van? Wanneer zie je die ‘flow’, dat moment waarop ze de tijd vergeten en volledig opgaan in een activiteit? Dat is waar de kiem van een talent ligt. Het is de taak van de ouder om een rijke en gevarieerde omgeving aan te bieden. Laat ze proeven van sport, muziek, techniek, kunst, of zelfs vrijwilligerswerk. Forceer niets, maar faciliteer de ontdekkingstocht.

Jong kind verkent verschillende hobby's in een rijke leeromgeving met muziekinstrumenten en sportmateriaal

Let op de *soort* vaardigheden die ze ontwikkelen. Een teamsport leert samenwerken en omgaan met winst en verlies. Een individuele discipline zoals schaken of piano leert focus en zelfstandig problemen oplossen. Deze ‘soft skills’ zijn vaak bepalender voor toekomstig succes dan pure vakkennis. Door bewust te linken wat je kind in een hobby leert aan mogelijke studierichtingen (“Ik zie hoe je geniet van het bouwen van die complexe Lego-sets, misschien is een technische richting iets voor jou?”), maak je de wereld van onderwijs en werk tastbaar en relevant.

De beste hobby is dus niet per se degene die leidt tot de meeste trofeeën, maar degene die het zelfbeeld van je kind versterkt. Het is de activiteit die hen leert dat inzet loont, dat ze kunnen groeien en dat hun waarde als persoon losstaat van hun schoolresultaten. Het is de ultieme training in intrinsieke motivatie.

Waarom een technische opleiding meer jobzekerheid biedt dan sommige universitaire diploma’s?

In België heerst nog vaak de ongeschreven regel dat een ASO-diploma, gevolgd door een universitaire studie, de ‘koninklijke weg’ is naar een succesvolle carrière. Dit idee is echter hopeloos verouderd. De realiteit van de huidige arbeidsmarkt, gedreven door digitalisering en vergrijzing, vertelt een heel ander verhaal. Een verhaal waarin technische en praktische vaardigheden goud waard zijn. Volgens de laatste analyse van de VDAB telt Vlaanderen maar liefst 241 knelpuntberoepen in 2024, waarvan een overgrote meerderheid technische, technologische en praktische profielen zijn.

Installateurs van zonnepanelen, elektriciens, mecaniciens, zorgkundigen, programmeurs: de vraag is enorm en het aanbod te klein. Een TSO- of BSO-diploma dat rechtstreeks leidt naar een van deze beroepen, biedt vaak snellere en grotere jobzekerheid dan een algemeen masterdiploma in bijvoorbeeld de humane wetenschappen. Jongeren met een technisch profiel vinden niet alleen sneller werk, ze kunnen vaak ook rekenen op een competitief startsalaris en hebben uitstekende doorgroeimogelijkheden, zeker als ze zich specialiseren.

De VDAB biedt zelfs gratis opleidingstrajecten aan voor deze knelpuntberoepen, inclusief behoud van uitkering en vergoedingen, wat de strategische waarde ervan voor de maatschappij onderstreept. Het is tijd dat we de hiërarchie tussen ASO, TSO en BSO loslaten en ze zien als gelijkwaardige paden met verschillende doelen. De keuze moet niet gebaseerd zijn op prestige, maar op de match tussen het talent van het kind en de realiteit van de arbeidsmarkt. Een kind dat graag met zijn handen werkt en problemen oplost, is in een technische richting vaak veel gelukkiger en succesvoller dan in een theoretische studie die niet bij zijn ‘besturingssysteem’ past.

De onderstaande tabel, gebaseerd op analyses van de arbeidsmarkt, illustreert dit duidelijk. Hoewel de cijfers indicatief zijn, tonen ze een duidelijke trend.

Vergelijking arbeidsmarktperspectieven: Technisch vs Universitair
Aspect Technische opleiding (TSO/BSO) Universitair diploma
Knelpuntberoepen Rechtstreekse link naar 60% van knelpuntlijst 20% directe aansluiting
Werkzekerheid 75% vindt werk binnen 6 maanden 65% vindt werk binnen 6 maanden
Startloon indicatie €2200-2800 bruto (technicus) €2300-2600 bruto (generalist)
Bijscholing vereist On-the-job training Vaak extra specialisatie nodig

Het risico van je eigen onvervulde dromen op je kind te projecteren

Een van de grootste valkuilen bij de studiekeuzebegeleiding van je kind is de onbewuste projectie van je eigen dromen, ambities en gemiste kansen. Als ouder wil je het beste voor je kind, maar ‘het beste’ wordt soms vertroebeld door je eigen levensverhaal. De arts die je nooit bent geworden, de muzikant die je had willen zijn, de financiële zekerheid die je zelf hebt gemist. Deze ‘droomprojectie’ is vaak subtiel, maar kan een enorme impact hebben op de intrinsieke motivatie van je kind.

Wanneer een kind voelt dat de keuze voor een bepaalde studierichting meer gewaardeerd wordt door de ouders omwille van status, prestige of het vervullen van een familiedroom, kan het zijn eigen interesses en talenten gaan onderdrukken. Het kind leert dat liefde en erkenning voorwaardelijk zijn, gekoppeld aan het volgen van een bepaald pad. Dit is de snelste weg naar demotivatie, onderpresteren en zelfs foute studiekeuzes, met alle gevolgen van dien. De invloed van buitenaf (extrinsieke motivatie) ondermijnt de natuurlijke nieuwsgierigheid en het leerplezier (intrinsieke motivatie).

De rol van een ouder-coach is om een spiegel te zijn voor het kind, niet om het kind tot een spiegel van zichzelf te maken. Dit vereist een grote mate van zelfreflectie. Ben je teleurgesteld als je kind een passie ontwikkelt voor iets dat jij als ‘minderwaardig’ beschouwt? Gebruik je argumenten als “in onze familie studeren we allemaal voor ingenieur”? Vergelijk je de prestaties van je kind voortdurend met die van jezelf op die leeftijd? Eerlijk zijn over deze eigen blinde vlekken is de eerste stap om je kind de vrijheid te geven zijn eigen pad te ontdekken.

De volgende checklist kan helpen om te achterhalen of je, bewust of onbewust, je eigen dromen projecteert:

  • Kies ik studierichtingen gebaseerd op mijn eigen gemiste kansen?
  • Voel ik teleurstelling als mijn kind andere interesses heeft dan ik had verwacht?
  • Motiveren sociale status en prestige mijn voorkeur voor bepaalde richtingen?
  • Wijs ik creatieve of praktische richtingen af uit financiële angst?
  • Vergelijk ik mijn kind vaak met mezelf op dezelfde leeftijd?
  • Gebruik ik termen als ‘in onze familie doen we…’?

Wanneer moet je het proces prijzen (‘goed gewerkt’) in plaats van het resultaat (‘slim kind’)?

De manier waarop we onze kinderen complimenteren heeft een diepgaande invloed op hun motivatie en veerkracht. Dit is de kern van de ‘growth mindset’-theorie van professor Carol Dweck. Haar onderzoek toont aan dat kinderen die geprezen worden voor hun intelligentie (“Wat ben je slim!”) een ‘fixed mindset’ ontwikkelen. Ze gaan geloven dat talent en intelligentie aangeboren en onveranderlijk zijn. Het gevolg? Ze worden bang om fouten te maken, vermijden uitdagingen (want dan zouden ze kunnen falen en ‘niet slim’ lijken) en geven sneller op.

Kinderen die daarentegen geprezen worden voor hun inzet, hun strategieën en hun doorzettingsvermogen (“Ik zie dat je heel hard gewerkt hebt!”, “Wat een slimme manier om dat probleem aan te pakken!”) ontwikkelen een ‘growth mindset’. Ze leren dat hun capaciteiten kunnen groeien door oefening en inspanning. Fouten worden geen bewijs van domheid, maar een kans om te leren. Uitdagingen worden leuk in plaats van eng. Dit is de basis voor levenslang leren en veerkracht.

Als ouder-coach is het je taak om de focus consequent te verleggen van het eindresultaat (de punten) naar het leerproces. Dit is vooral cruciaal bij de voorbereiding op het middelbaar onderwijs, waar de leerstof complexer wordt en tegenslagen onvermijdelijk zijn. Door het proces te prijzen, geef je je kind de psychologische tools om met die tegenslagen om te gaan. Je leert hen dat hun waarde niet afhangt van een cijfer op een rapport, maar van hun bereidheid om te proberen, te falen en opnieuw te proberen.

Studie: Carol Dweck’s onderzoek naar growth mindset

Professor Carol Dweck ontdekte dat de manier waarop kinderen denken over hun leervermogen hun ontwikkeling stimuleert of remt. Door feedback te geven die gericht is op het proces (de inspanning, de gebruikte strategieën) in plaats van op de persoon (‘slim’ of ’talentvol’), ontwikkelen kinderen het lef om te durven leren. Dit creëert een ‘growth mindset’ waar ze hun hele leven plezier van hebben.

Concreet betekent dit je woordenschat aanpassen. Hier zijn enkele voorbeelden:

  • In plaats van: ‘Je bent zo slim!’ → Zeg: ‘Je hebt een slimme strategie gebruikt om dit op te lossen!’
  • In plaats van: ‘Perfect gedaan!’ → Zeg: ‘Ik zie dat je verschillende methoden hebt geprobeerd, goed doorgezet!’
  • In plaats van: ‘Je hebt aanleg voor wiskunde’ → Zeg: ‘Je hebt hard gewerkt aan die moeilijke sommen!’

Hoe leer je je kind dat een onvoldoende geen ramp is maar een leermoment?

Een onvoldoende op het rapport: voor veel ouders en kinderen voelt het als een klein drama. Het roept gevoelens van teleurstelling, schaamte en angst op. Maar binnen de ‘growth mindset’-filosofie is een onvoldoende geen eindpunt. Het is een cruciaal stuk ‘leermoment-data’. Het signaleert niet dat een kind ‘dom’ is, maar dat de gekozen aanpak of de huidige omgeving niet optimaal is. Het is een uitnodiging om op onderzoek te gaan.

De eerste reactie van een ouder zet de toon. Paniek of boosheid bevestigt voor het kind dat falen inderdaad een ramp is. Een kalme, analytische benadering opent de deur naar leren. De vraag is niet: “Waarom heb je een slecht punt?”, maar wel: “Oké, dit punt vertelt ons iets. Laten we samen kijken wat.” Lag het aan de studiemethode? Was de leerstof te abstract? Was er te weinig interesse in het vak? Of was het gewoon een slechte dag? Door deze vragen te stellen, modelleer je een probleemoplossende houding in plaats van een cultuur van schuld en schaamte.

Deze aanpak is essentieel in de context van studiekeuzes. Soms is een reeks slechte punten voor een bepaald vak geen teken van luiheid, maar een duidelijk signaal dat de studierichting niet past bij de talent-architectuur van het kind. Jaarlijks is er een aanzienlijke groep leerlingen die van richting verandert, wat aantoont dat een eerste keuze niet definitief hoeft te zijn. Sterker nog, onderzoek van Voka Oost-Vlaanderen toont aan dat 18.000 leerlingen jaarlijks van studierichting veranderen, waarvan de helft van ASO naar TSO/BSO. Dit is geen ‘afzakken’, maar een moedige en slimme heroriëntering op basis van nieuwe data. Een onvoldoende is dus geen falen, maar waardevolle feedback die de weg wijst naar een betere match.

Actieplan: Van onvoldoende naar inzicht

  1. Emoties erkennen: Geef ruimte aan de teleurstelling van je kind zonder te oordelen of te minimaliseren.
  2. Oorzaak analyseren: Ga samen op zoek naar de ‘waarom’. Was het de moeilijkheidsgraad, de aanpak, of een gebrek aan interesse?
  3. Herformuleer als data: Bespreek het resultaat niet als ‘slecht’, maar als informatie. “Deze score vertelt ons waar we de volgende keer op moeten letten.”
  4. Het leermoment identificeren: Vraag: “Wat hebben we hieruit geleerd over hoe jij het beste leert?” of “Wat zegt dit over je interesses?”
  5. Concreet actieplan opstellen: Bepaal samen de volgende stap. Is dat een andere studiemethode, hulp vragen, of de studiekeuze zelf heroverwegen?

Taalbad of sportkamp: wat is de beste investering voor de ontwikkeling van je 10-jarige?

Vakantiekampen zijn meer dan alleen opvang; het zijn kansen voor gerichte talentontwikkeling. De keuze tussen een taalbad, een sportkamp, een STEM-kamp of een creatief kamp moet dan ook een strategische zijn, gebaseerd op de inzichten die je hebt verzameld over je kind. Het is de perfecte manier om een potentieel talent in een veilige omgeving te testen en tegelijkertijd cruciale sociale en persoonlijke vaardigheden te ontwikkelen.

Elk type kamp stimuleert een ander deel van het ‘besturingssysteem’ van je kind. Een taalbad is een uitstekende investering voor een kind dat misschien wat verlegen is maar wel een talenknobbel heeft; het boost de cognitieve flexibiliteit en het zelfvertrouwen om zich in een nieuwe context uit te drukken. Een sportkamp is ideaal voor een energiek, groepsgericht kind om te leren over teamwork, leiderschap en omgaan met competitie. Een STEM-kamp, aangeboden door organisaties als Technopolis, kan de vonk doen overslaan bij een nieuwsgierig kind dat van nature analytisch denkt en graag problemen oplost. Een creatief kamp tot slot, geeft een kunstzinnig kind de ruimte voor expressie en het verfijnen van de motoriek.

De keuze voor een kamp kan functioneren als een mini-studiekeuze. Observeer de reactie van je kind voor, tijdens en na het kamp. Kwam het kind elke dag enthousiast thuis? Welke verhalen werden er verteld? Heeft het kamp nieuwe interesses aangewakkerd? Deze informatie is van onschatbare waarde. Een positieve ervaring in een STEM-kamp kan bijvoorbeeld de drempel verlagen om later voor een TSO-richting in de wetenschap of techniek te kiezen. Het is een laagdrempelige investering met een potentieel hoog rendement in de vorm van zelfkennis en motivatie.

Ontwikkelingswaarde van verschillende kamptypes
Type kamp Primaire ontwikkeling Geschikt voor Belgische aanbieders
Taalbad Cognitieve flexibiliteit, taalvaardigheid Verlegen kinderen, toekomstige ASO Roeland vzw
Sportkamp Sociale vaardigheden, teamwork Energieke kinderen, groepsgerichte types Sporta, TopVakantie
STEM-kamp Analytisch denken, probleemoplossing Nieuwsgierige kinderen, potentiële TSO JCW, Technopolis
Creatief kamp Expressie, fijne motoriek Kunstzinnige kinderen, KSO-geïnteresseerden Academies, Beroepenhuis

Belangrijkste inzichten

  • Focus op het ‘waarom’ achter schoolprestaties, niet enkel op de punten zelf.
  • Zie TSO en BSO als krachtige, toekomstgerichte keuzes die leiden naar knelpuntberoepen.
  • Gebruik complimenten strategisch om een ‘growth mindset’ te bouwen die veerkracht en leerplezier stimuleert.

Schijnzelfstandigheid vermijden: waar ligt de grens tussen freelancer en werknemer?

Hoewel deze vraag over de juridische grens tussen werknemer en freelancer misschien ver af lijkt te staan van de studiekeuze van een 12-jarige, is ze relevanter dan ooit. Een studiekeuze maken in de 21e eeuw gaat niet alleen over het kiezen van een vak, maar ook over het voorbereiden op de flexibele arbeidsmarkt van de toekomst. Steeds meer carrières zijn niet lineair en de vaardigheid om ondernemend te zijn, projectmatig te werken en jezelf te managen, wordt steeds belangrijker.

Het Belgisch onderwijs speelt hier al op in. Initiatieven zoals mini-ondernemingen in TSO- en BSO-richtingen of het SODA-attest (Start Onderneming Door Adolescenten) geven jongeren de kans om al vroeg te proeven van ondernemerschap. Dit is een cruciale voorbereiding. Het leert hen over verantwoordelijkheid, financiële geletterdheid en het omzetten van een idee in een concreet product of dienst. Deze vaardigheden zijn universeel, of ze later nu werknemer, ambtenaar of zelfstandige worden.

De link met technische opleidingen is hier opnieuw opvallend sterk. Waar een algemene opleiding vaak voorbereidt op een rol als werknemer in een grotere structuur, leidt een praktische of technische opleiding vaak tot de mogelijkheid om als zelfstandige vakman of -vrouw aan de slag te gaan. Een analyse van de sector toont dat ongeveer 70% van de succesvolle zelfstandige vakmensen een technische of praktische opleiding als basis heeft. Een kind dat vandaag leert lassen, programmeren of koken, verwerft niet alleen een vak, maar ook een potentieel ticket naar professionele autonomie.

Bij het begeleiden van de studiekeuze moeten we dus ook deze vraag durven stellen: bereiden we ons kind voor op een job voor het leven, of geven we het de tools om zijn eigen weg te creëren in een veranderende wereld? De keuze voor een praktische richting is vaak een directe investering in een ondernemende mindset en toekomstbestendige veerkracht.

Start vandaag nog met het observeren van je kind door deze nieuwe bril. Leg een notitieboekje aan en noteer de momenten van ‘flow’ en energie. De antwoorden die je zoekt, liggen niet in het schoolrapport, maar in je kind zelf.

Sofie Van den Bossche, Klinisch psycholoog en gezinstherapeut met 15 jaar ervaring in stressmanagement, burn-out preventie en ontwikkelingspsychologie. Ze is gespecialiseerd in het vinden van een gezonde balans tussen werk, gezin en mentale gezondheid.